Festivals anno 2026: het is weer tijd voor creativiteit en community
Lowlands en Wildeburg verkopen voor het eerst niet uit. Festivals hebben het moeilijk en de kranten staan er vol mee. Redenen genoeg: dure tickets door inflatie, gestegen productiekosten en artiestengages, jong publiek dat nooit heeft leren stappen na de coronaperiode en ga zo maar door. Allemaal oorzaken die zeker hout snijden, maar er wordt één ding vaak over het hoofd gezien: het verdwijnen van community.
En met community bedoel ik niet een goed gevulde mailinglijst of een slimme retargetingcampagne. Ik bedoel het gevoel dat je ergens écht bij hoort. Dat je onderdeel bent van iets wat groter is dan jezelf. Dat je een ervaring deelt met gelijkgestemden die je thuis bijna niet kunt uitleggen.
De ondergang van Engelse superclubs
Tijdens mijn vakantie las ik het boek “Superstar DJ’s Here We Go” van DJ Mag journalist Dom Phillips. Dit boek gaat over de opkomst en ondergang van de Engelse superclubs tussen de jaren 90 en ongeveer 2004. De parallel met nu is opvallend. Daar implodeerde een spannende, door jongeren gedreven scène binnen 3(!) jaar na het hoogtepunt van de markt, in een context waarin onder andere stijgende ticketprijzen en commercialisering een steeds grotere rol gingen spelen.
Een scene ontstaat van onderop, vormt een community, professionaliseert, wordt gestandaardiseerd en komt vervolgens onder druk te staan.
Standaardisatie gaat ten koste van creativiteit
Op het moment dat rendement belangrijker wordt dan beleving, ontstaan er spanningen. Op het moment dat de bezoeker voelt dat ZIJ het product zijn geworden (bijvoorbeeld omdat ze hoge prijzen moeten betalen voor overbetaalde artiesten op een podium dat de naam draagt van een multinational), dát is het moment dat het gevoel van community onbewust verdwijnt. Het moment dat de bezoeker op zoek gaat naar iets nieuws.
Standaardisatie gaat vaak ten koste van creativiteit en creativiteit is iets wat private equity partijen meestal niet voldoende begrijpen. Hoe graag ze het ook willen, de vraag blijft in hoeverre je cultuur kan optimaliseren.
Voorbeelden zijn er genoeg: niet alleen eind jaren ’90 in Engeland, maar ook rond de implosie van EDM in 2016, met als bekend voorbeeld de snelle opkomst en val van SFX Entertainment.
Het niet uitverkopen van klassiekers als Lowlands, de discussie binnen de branche over de rol van grote private equity partijen zoals KKR (die net zo makkelijk in festivals investeert als in de wapenindustrie) en bewegingen zoals Sziget die zich losweekt van datzelfde KKR, passen in een breder patroon. We zijn voorbij de top van de markt en de barsten worden pijnlijk zichtbaar.
De toekomst: niet groter worden, maar dieper gaan
Is het dan alleen maar kommer en kwel? Nee. Partijen die hun community écht begrijpen, die weten waarom hun bezoeker voor hun kiest en niet voor iemand anders, die winnen nu terrein. Vaak zijn dat de initiatieven van onderop, of sterk op niches geïnspireerde evenementen.
Dat is de reden waarom nostalgische evenementen als Atmoz Reunion en New Wave Generation scoren en sociale evenementen zoals De Borrel terrein winnen, maar ook waarom grotere merken als PIV en No Art, opkomende festivals als STRAAL en clubs als Complex wél presteren in een markt waar zogenaamd geen brood meer zit: ze begrijpen hun community niet alleen goed, ze ZIJN hun community.
Dat is meteen waar de kansen liggen voor programmeurs, organisatoren en marketeers: niet groter worden, maar dieper gaan. Meer betekenis creëren.
Wordt het makkelijk komende jaren? Nee. Maar in de as die nu ontstaat, ligt de voedingsbodem van de toekomst. Er komt weer ruimte voor evenementen waarvan de bezoeker denkt: dit is van ons.